· 

Energie besparen bij een jaren '30 woningen, hoe dan?

Een jaren ’30 woning heeft karakter en sfeer. Je herkent ze aan de grote dakoverstekken, de hoge plafonds, mooie glas-in-loodramen en veel details in het gevelmetselwerk.

 

Waar loop je tegenaan bij een jaren ’30 woning?

 

  • Ze hebben vaak natuurlijke ventilatie. Toevoer van lucht door het openen van klep- of schuiframen of door de aanwezige kieren bij kozijnen, raam en metselwerk.
  • De meeste nog niet gerenoveerde jaren ’30 woningen hebben een Energielabel G of F.

Welke energiebesparende maatregelen kun je nemen terwijl je het karakter en de bestaande uitstraling graag wilt behouden?

 

In deze woningen is veel besparing te behalen, maar waar begin je?

 

Hier volgen een aantal maatregelen:

  • Hou de warmte in het huis door het toepassen van isolatie en kierdichting. Bijvoorbeeld door het isoleren van de kruipruimte en de (spouw)muur. Vaak hebben deze woningen schuiframen. Heel eenvoudig met weinig kosten is het plaatsen van tocht borstels, die voorkomen het lekken van warmte via de kieren.
  • Beglazing: Vervang enkel glas in HR++ glas, tripple glas of plaats voorzetramen voor de glas-in-lood ramen, deze vallen dan onder de categorie dubbel glas.
  • Het is erg belangrijk om goed na te denken over ventilatie bij het toepassen van isolatie en kierdichting. Een huis moet wel ademen. De juiste ventilatie zorgt voor een gezonder binnenklimaat.
  • Installaties: Ook installatietechnische maatregelen kunnen bijdragen in energiebesparing. Geisers zonder rookgasafvoer moeten vervangen worden net zoals de oude open cv-ketels met een waakvlam (hierbij is een grote kans op koolmonoxidevergiftiging). Kies voor een centraal verwarmingsysteem. Laat je goed informeren welke installaties mogelijk zijn in jouw woning. Hou rekening met de toekomst waarbij de overheid alle woningen van het gas af wil.
  • Gevelisolatie: Wil je de gevel isoleren? dan zijn er een aantal mogelijkheden. Isoleren aan de binnenzijde of aan de buitenzijde. Isoleren aan de binnenzijde maakt de ruimte kleiner. Er kan gebruik gemaakt worden van damp-open cellenbeton-blokken of een geïsoleerde voorzetwand met minerale wol, dampremmene folie en gipsplaten. Om aan de buitenzijde te isoleren moet meestal een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Ook aan de buitenzijde kan een open cellenbeton blok worden toegepast die afgewerkt wordt met een pleisterlaag.
  • Spouw: Sinds de jaren 20 is men begonnen met het bouwen van woningen met een spouwmuur. Een spouwmuur bestaat uit 2 muren met daar tussen een luchtspouw. In de jaren ’30 bestond de buitenmuur uit een smalle spouw van ca. 3 cm. In de gevels zijn vaak betonelementen zoals een luifel opgenomen. Door de smalle spouw die vaak vervuild is met specie en met de betonelementen is met het na-isoleren van deze spouw weinig besparing te behalen.
  • Dakisolatie: Een effectievere manier van energie besparende maatregel van de jaren '30 woningen is het isoleren van het dak. Dit kan bij een hellend dak door het aanbrengen van regelwerk aan de binnenzijde met een minerale wol ertussen. Hier overheen komt een dampdichte folie die rondom goed moet aansluiten. Vervolgens kan het dak worden afgewerkt met gipsplaten. Een plat dak kan het beste aan de buitenzijde geïsoleerd worden onder de dakbedekking.

Het toepassen van energiebesparende maatregelen kan zorgen voor een verbetering van het energielabel. Maar let op! bij het toepassen van bepaalde producten, of er een gecontroleerde ISSO kwaliteits- of gelijkwaardigheidsverklaring is afgegeven. Als deze verklaring er niet is dan wordt deze energiebesparende maatregel niet erkend en niet meegeteld in het energielabel en dat zou zonde zijn van de investering.

 

Conclusie: Bij een jaren '30 woning zijn veel energiebesparende maatregelen mogelijk die een gunstige invloed kunnen hebben op het energielabel.